Ik ben als kind gepest. Hoe kan ik daarvan helen?


 

Samadhi

therapeut bij LiefdeInZicht

Geweld met levenslange gevolgen

Als je gepest bent als kind, heeft dit meestal gevolgen voor de rest van je leven. Als je goede bescherming en begeleiding hebt gekregen toen je gepest werd als kind, dan zal de schade op latere leeftijd niet zo’n rol (meer) spelen. Als je geen of niet de juiste begeleiding hebt gekregen toen je kind was, dan kan het je leven nu nog sterk negatief beïnvloeden, ook al ben je misschien al vele jaren verder en zelf ouder van een kind of kinderen geworden.

Er is een duidelijk verschil tussen plagen en pesten. Plagen is verbindend, mild, leuk voor alle betrokkenen en stopt als iemand aangeeft het niet meer leuk te vinden. Pesten is een eenzijdige vorm van emotioneel en soms ook fysiek geweld, die draait om macht en vernedering.

Bij sommige mensen heeft het pesten jarenlang geduurd, soms de hele basisschoolperiode lang en ook tijdens de middelbare schooltijd. Bij sommigen was het een kortere periode, maar de impact kan net zo groot zijn. Soms hebben de ouders en leraren en andere volwassenen wel pogingen gedaan om het pesten een halt toe te roepen en het kind en andere betrokkenen te begeleiden, maar het komt vaak voor dat er niet voldoende of niet de juiste bescherming is geweest voor een kind dat gepest werd. Daardoor bleef geweld en onrecht bestaan. Dat is naast de onveiligheid en kwaadaardigheid van pesten, een belangrijk deel van het trauma. Want trauma ontstaat als je alleen bent of voelt in een heel beangstigende of pijnlijke situatie.

Wij zien regelmatig die traumatische gevolgen van gepest zijn in de jeugd bij mensen die bij ons in relatietherapie of individuele therapie komen. De psychologische en soms ook fysieke gevolgen bestaan onder andere uit angstgevoelens en - gedachten, permanente onrust, hyperalertheid, wraakgedachten en -gevoelens, chronische rugpijn, tandenknarsen, een laag zelfbeeld, schuldgevoel, buikpijn, eenzaamheid, een geïsoleerd gevoel, onzekerheid en moeite met het vertrouwen van mensen.

Soms proberen mensen met een pestverleden hun eigen kinderen overmatig te beschermen. Of ze proberen krampachtig gelukkig te zijn en doen alsof het pesten hen niet heeft geraakt. Anderen zijn emotioneel gesloten, afstandelijk, prikkelbaar of bevroren. Dat is wat trauma doet.

Schuld en boosheid als sleutels

Veel mensen denken dat ze gepest werden omdat er iets mis met hen was als kind, bijvoorbeeld te verlegen, te klein, te groot, te dik, te dun, te stil, te druk, te slim, te dom, etc., en dat ze afweken van de rest van de groep. Men denkt dus  dat het kwam door iets wat met hen te maken heeft. Dit noemen we giftige schuld. Ze kijken als het ware nog steeds door de ogen van de pester naar zichzelf. Door zichzelf te beschuldigen draagt het slachtoffer de niet-toegeëigende reëel schuld van de verantwoordelijken die hadden moeten beschermen: volwassenen, zoals ouders en leraren. Zichzelf de schuld blijven geven heeft een functie: het slachtoffer houdt anderen uit de wind (en hoeven ze hun boosheid op hen niet te voelen en uiten). En ook geeft het een vals gevoel van macht, om de machteloosheid niet helemaal te erkennen: het lag aan mij, dus ik had er iets aan kunnen/moeten doen. Wat niet waar is.

Wat we vaak zien, is dat men problemen ervaart met het uiten van boosheid. Ze absorberen de ‘shit’ en lading van anderen en onderdrukken hun eigen kracht, met angst of depressie als gevolg. Sommige mensen die gepest zijn, kunnen geen boosheid voelen. Ze zijn vlak of zwaarmoedig. Sommige mensen voelen wel voortdurend boosheid, maar kunnen er geen expressie aan geven, en weer anderen kunnen van het ene op het andere moment ontzettend ontploffen van boosheid als je onrecht ervaart, wat ook richting de eigen kinderen kan gaan. Dat is natuurlijk een onwenselijke situatie die je niet mag laten bestaan.

Boosheid is een belangrijk gevoel, en is een belangrijke emotie als het gaat om gepest zijn en worden. Boosheid geeft namelijk duidelijk een grens aan. Het gaat over weerbaarheid. Maar als jij geen mogelijkheid had en zag om expressie te geven aan jouw grens, dan kun je emotioneel bevriezen en verlammen. Je kon geen beweging maken die nodig was om je te verdedigen op een manier zodat het pesten zou ophouden.

Een systeemprobleem

Bij pesten zijn de kinderen niet de oorzaak maar een symptoomdrager. Vanuit ons vakgebied kijken we ook systemisch: wat speelt of speelde er in het gezin van herkomst, waardoor iemand een slachtoffer kon worden van pesters. We kijken ook naar wat er in het gezin van herkomst speelde bij mensen die hebben gepest of pesten. Pesters hebben dat meestal niet van een vreemde. Ze worden vaak zelf gepest door ouders, broers of zussen, of herhalen wat ze hun ouders met elkaar zien doen. Dat verontschuldigt hen niet om door te gaan, want het gedrag is fout. Het  slachtoffer heeft vaak te weinig steun ervaring in het ontwikkelen van weerbaarheid, maar is daar ook niet verantwoordelijk voor, want niets legitimeert pesten.

Maar door te kijken naar oorzaken kan er verandering plaatsvinden. Want anders blijft het gepest worden vaak doorgaan, in de realiteit, zoals op het werk, of van binnen. In sommige gezinnen is er geen oog voor thema’s als het aangeven van grenzen, zodat kinderen niet weerbaar zijn en vatbaar worden voor pesters. Of er is een onopgelost conflict gaande tussen de ouders, maar die besteden daar geen gerichte aandacht aan onderling, waardoor een conflict via de kinderen naar buiten komt, maar dan op het schoolplein.

Pesten helen in therapie

Als je als volwassene klachten ervaart die te maken hebben met pesten, dan kun je verschillende dingen doen. Sommige mensen hebben baat bij EMDR-therapie of andere vormen van traumabehandeling. Maar we zien ook vaak mensen die al veel therapie hadden voor het pesten, maar zichzelf toch nog steeds als gemankeerd ervaren. In onze praktijk geven we innerlijke kind-therapie en lichaamsgerichte therapie, zodat je de beweging die je niet hebt kunnen maken alsnog kunt gaan maken en jouw innerlijk kind erkenning geven voor alle gevoelens waarmee je alleen was.  We werken gericht met dit thema door middel van opstellingen, creatieve oefeningen, expressie en schrijven.

Het is mogelijk om via therapie in onze praktijk jouzelf te bevrijden van spanning, angst, boosheid en pijn die met het pesten te maken heeft. Daardoor kun je je veiliger en minder boos voelen, waardoor ook goed in je vel komt te zitten en een veilige partner en ouder kunt zijn. Pas dan is het pesten echt gestopt en wordt de intergenerationele overdracht van de schade doorbroken. 

 
 
 
 
 
Het is nooit te laat om alsnog een gelukkige jeugd te hebben.
— Sammy Davis jr.

 

Robin

therapeut bij LiefdeInZicht

Klem in misvattingen

Veel volwassenen die als kind zijn gepest, zitten emotioneel nog verstrikt in hun pestgeschiedenis. Ze worstelen met permanente onrust, spanning, angst of depressie die niet overgaat. Dat komt doordat ze onbewust vasthouden aan misvattingen over wat er is gebeurd, wie schuld had en wat er had moeten gebeuren.

Een therapeut moet de mythes die iemand gevangen houden, helder kunnen zien en doorbreken. Want pas als je de dingen ziet zoals ze waren, kun je ze erkennen en je ware gevoelens erover toelaten. Dan kan heling gebeuren. Gebeurt dat niet, dan is therapie psychisch onderhoud, maar niet transformerend. Of therapie voedt onbewust zelfs het onterechte idee dat het slachtoffer zelf het probleem is.

Pleger en slachtoffer: elkaars spiegelbeeld

Pesten is een vorm van geweld. Het is een sociaal verschijnsel, waarmee in groepen de hiërarchie wordt bepaald of behouden, via insluiting en uitsluiting van wat te ‘anders’ en daardoor bedreigend is. Psychologisch gezien gaat pesten over weerbaarheid en kwetsbaarheid. En emotioneel gezien gaat het over boosheid en angst.

De pester externaliseert boosheid en angst en leeft eigen frustraties en onzekerheid uit op een onschuldige ander. Angst die wordt overspeeld, wordt agressie. De pester probeert buiten zichzelf controle te houden op iets wat hij of zij niet heeft leren verdragen: vaak datgene wat het doelwit-kind vertegenwoordigt, zoals zachtheid, vriendelijkheid, intelligentie of eigenheid.

Het gepeste kind internaliseert juist frustratie en angst en absorbeert die van anderen. Het heeft onvoldoende ervaring met en toegang tot bescherming, kracht, grenzen en weerbaarheid. Vaak heeft het ouders die niet belichaamd zijn en hun eigen instinctieve krachten hebben afgesplitst, soms als gevolg van trauma. Het gepeste kind leeft in zijn hoofd of in hart, maar is zwak verbonden met zijn lichaam en instinct. Het wordt juist daarop geprovoceerd door de pester.

Pesten is geen kinderprobleem

De pester en het gepeste kind ervaren beide onveiligheid. De pester vanwege ontkende kwetsbaarheid en het slachtoffer vanwege ontkende kracht. De pester belichaamt tot dominantie vervormde kracht en wordt dader. Het gepeste kind belichaamt tot slachtofferschap vervormde kwetsbaarheid en passiviteit. Beide zitten in een extreem van een spectrum. Met elkaar zoeken ze naar balans in een scheef machtsevenwicht. Dat doen ze via de dysfunctionele dynamiek van de dramadriehoek: slachtoffer, aanklager en redder.

Het pesten legt bloot dat hun ouders en leerkrachten hen niet voldoende helpen om beide krachten op een gezonde manier te integreren. Het kinder-conflict weerspiegelt zo de onopgeloste ouderlijke conflicten in zowel het gezin van de pester als dat van het gepeste kind.

Daarom is pesten eigenlijk een probleem van de volwassenen, niet van kinderen. Het is ook aan volwassenen om evenwicht te brengen. Hulp aan het kind dat pest of gepest wordt, bevestigt vaak alleen de problematische rol waar het kind juist uit moet komen. De integratie moet gebeuren op de laag van de ouders, dan gebeurt er ook iets bij de kinderen.

Oorsprong in het eigen gezin

Zowel in het gezinssysteem van de pester als van het gepeste kind spelen onopgeloste issues met kwetsbaarheid en kracht. In het gezin van de pester is er openlijke agressie, of juist een verborgen machtsstrijd die de ouders niet erkennen en die het kind aan het licht brengt. Het pesten is een signaal dat het pestende kind conflicten mee-draagt, waarin het niet voldoende wordt gezien en geholpen.

In het gezin van het gepeste kind is er vaak passieve, ontkende agressie in of tussen gezinsleden. Boosheid die wordt ontkend, wordt passiviteit. Zulke ‘aardige’, ‘nette’ of ‘redelijke’ ouders staan niet in contact met hun natuurlijke gezonde agressie en zitten in hun hoofd en intellect, of leven in hun eigen angst of machteloosheid. Soms dekken ze onmacht toegedekt met morele superioriteit: “wij verlagen ons in ieder geval niet tot zulk gedrag”, “wij zijn de wijste”, “wij keren de andere wang toe”. Maar mooie redeneringen doen niets af aan het geweld en aan de schade die dat heeft op zelfbeeld en vertrouwen in anderen.

Ouders die zelf geen gezond contact hebben met boosheid als beschermende kracht, sporen het kind wellicht aan zich moreel boven de pester te stellen of hem of haar te negeren. Maar daarmee houden ze het probleem in stand en ontstaat een splitsing tussen gedachte en gevoel, die het kind juist nog kwetsbaarder maakt. Ook oplossingen zoals het kind thuishouden, nemen de kern van het probleem niet weg. Daardoor wordt het kind nog afhankelijker van de ouders, terwijl het juist moet leren om zelfstandig met leeftijdgenoten om te gaan.

Het gepeste kind wordt soms onbewust vaak afhankelijk gehouden van een of beide ouders. Het mag dan niet opgroeien en sterk en zelfstandig worden, omdat de ouders het op een of andere manier onbewust nodig hebben voor zichzelf, als mama’s jongen, mama’s vriendin of papa’s meisje. Het hebben van een ‘probleemkind’ geeft ouders bovendien de gelegenheid hun aandacht te verleggen van hun eigen, ontkende probleem naar hun kind. Het kind wordt dan ‘beschermd’ in de veilige wereld van het gezin tegen de ‘boze’ buitenwereld. Maar de buitenwereld is een realiteit waar het kind mee om moet leren gaan, om zich werkelijk veilig te gaan voelen.

Vanuit systemisch perspectief is de vraag welk ongezond evenwicht houdt het pesten en gepest worden van deze kinderen in het eigen gezinssysteem in stand? Wat pakken de ouders in zichzelf of met elkaar niet op: hun conflicten, hun eigen kracht, hun gemis, hun boosheid, een gezond machtsevenwicht?

Helen als volwassene

Weerbaarheid is voor gepeste kinderen een sleutel. We horen vaak: “Toen ik een uiteindelijk een keer mijn kracht liet zien en van me af beet, was het meteen klaar.” Maar soms duldt het systeem geen verandering, en wordt het ‘driftige’ kind verder beschaamd en geïsoleerd door volwassenen die zouden moeten beschermen. Dan voelt het kind zich diep verlaten en verraden in zijn eigen kracht.

De pester zijn gang laten gaan, terwijl het gepeste kind zich moet leren inhouden of aan zijn weerbaarheid moet werken, betekent impliciet de verantwoordelijkheid voor het probleem bij het slachtoffer neerleggen. Het suggereert onterecht dat het gepeste kind schuld heeft en versterkt het valse pest-narratief. Daar moet een therapeut die met iemand werkt die gepest is, alert op zijn.

Gepest worden vormt, zeker in de jeugd, je identiteit. Je gaat erin geloven en ernaar leven. Pesten zet zich dan ook vaak voort in volwassen relaties op het werk, totdat het wordt begrepen en doorbroken. Gepeste kinderen zien zichzelf vaak als ‘zwak vogeltje’, maar ze hebben juist heel veel energie, want het kost ontzettend veel kracht om de eigen woedekracht, die een gezonde reactie is op onrecht, eronder te houden.

Therapie moet vooral de internaliseer-beweging omkeren. De onderdrukte energie van boosheid en valse schaamte moet worden teruggegeven aan degenen bij wie die hoort. Dat omzeilen door te ‘vergeven’ werkt niet. Als volwassene jezelf alsnog een stem geven, bijvoorbeeld door een fictieve brief aan de pesters te schrijven, is goed en nodig. Maar uiteindelijk is trauma-herstel energetisch: het gaat over het zenuwstelsel, niet over het hoofd.

Een cruciaal maar ook heikel punt in herstel is eerlijk kijken naar de rol van de ouders. Het is de ultieme taak van ouders om het kind ruimte, steun en bescherming te geven, waardoor het kan bloeien. Ouders moeten het kind beschermen, met alle offers die dat vraagt. Dat kan betekenen dat zij aangifte doen, van school wisselen of zelfs verhuizen om het kind een veilige omgeving te bieden waarin het zijn zelfrespect kan herstellen. Als pesten en de gevolgen bleven bestaan, hebben de ouders als beschermer niet adequaat genoeg ingegrepen. Maar gepeste kinderen kunnen, vanwege hun verregaande afhankelijkheid en loyaliteit aan hun ouders, hun terechte boosheid daarover moeilijk toegeven. Het gepeste kind neemt het zijn ouders vaak als laatste kwalijk; anders zou het ook niemand meer hebben.

Maar pas wanneer de verantwoordelijkheid op de juiste plek komt te liggen, kan het kind uit de slachtofferrol komen, de schuld en onmacht terugleggen waar die thuishoort en zijn eigen kracht leren belichamen. Onder de ervaren boosheid over wat niet is beschermd, komt dan verdriet, kwetsbaarheid en wanhoop boven die is gevoeld. Dan komt het bevroren kind in de volwassene vrij. En kun je je originele gezicht, je open hart en verloren onschuld weer terugvinden.

Ik wil het liefst zo min mogelijk kinderen zien in therapie, want kinderen brengen eigenlijk hun ouders in therapie.
— Dr. Charlie Azzopardi
Volgende
Volgende

Ik twijfel over relatietherapie. Wat kan ik verwachten?