Je kwetsbaar opstellen? Liever niet...

 

Denk jij bij therapie meteen aan een grote tissue-box en je ‘kwetsbaar’ moeten opstellen? En is dat wel het laatste wat jij geneigd bent te doen - je staat immers graag je eigen mannetje? Ik dus wel. En met mij bijna iedereen die toch in therapie gaat. Maar geen zorgen: je kunt dit alles gewoon kenbaar (=kwetsbaar!) maken.

Je kwetsbaar opstellen. Ik reageerde altijd allergisch op dat woord.

Vanuit mijn eigen geschiedenis associeerde ik kwetsbaar met zwak en weerloos. Vatbaar voor overweldiging of manipulatie. Een kwetsbare volwassene was voor mij iemand met labiel emotioneel gedrag. Drama. Hysterie. Gebrekkige zelfregulatie.

Kwetsbaar? Mm - nee dank je.

Beladen woorden vormen blokkades in zelfonderzoek. Ik zoek in die gevallen graag naar onbelaste synoniemen. Die bieden vaak een opening.

Kwetsbaar zijn is dan: Persoonlijk worden. Jezelf kenbaar maken. Eerlijk zijn. Authentiek. Ontvankelijk. Aanwezig. Eigen. Spontaan. Onbevangen. Open. Raakbaar - niet alleen voor wat kwetsend is, maar ook voor de mooie dingen. You name it.

Inmiddels ben ik gaan begrijpen dat kwetsbaarheid gaat over het erkennen van je wat wérkelijk voelt bij de dingen en wat je écht nodig hebt. En de durf om dat onomwonden naar buiten te brengen. Zonder censuur, drukmiddelen, maskers en rookgordijnen.

Onze cliënten herkennen vaak de weerstand om te laten zien wat ze voelen (synoniem: ervaren) en wat ze nodig hebben (synoniem: kunnen gebruiken). De oorzaak hiervan ligt bijna altijd in de gezinscultuur van hun jeugd.

Hun ouders waren emotioneel afwezig, niet-responsief of zelfs afwijzend naar belangrijke gevoelens en behoeftes van het kind. Het had dus toch geen zin om jezelf in te brengen en liefde, zorg, aandacht, steun en waardering te vragen. Dat geeft alleen maar nul op rekest. Je moest het alleen kunnen rooien. Dit noemen we de abandonment wound. De wond van verlating.

Of er was een ouder die zelf emotioneel behoeftig was. Als het kind gevoelens of behoeftes toonde, werden die ingenomen, vervormd, misbruikt en geëxploiteerd. Voor wat hoort wat. Er was geen vrije, onvoorwaardelijke ruimte voor het kind. Dit noemen we de engulfment wound. De wond van overweldiging – of verstikking.

In beide situaties leerde je dat de betere –namelijk minder pijnlijke- optie was om jezelf ‘binnen’ te houden. En de buitenwereld buiten. Als deze ervaringen niet gecorrigeerd zijn, gebeuren er in latere liefdesrelaties twee dingen:

In eerste plaats kunnen deze mensen als volwassene zichzelf moeilijk inbrengen en anderen moeilijk toelaten. Ze ontwikkelen een vermijdende hechtingsstijl. Wat ze vermijden is intimiteit - een gezonde afhankelijkheid. Ze verheerlijken hun ‘zelfstandigheid’– die echter geen keuze is. Het echte verhaal is dat ze weinig vertrouwen hebben kunnen ontwikkelen om hun eerlijkste gezicht te laten zien, anderen toe te laten en zich op hen te verlaten. Ze hebben dat eigenlijk opgegeven. Daardoor ontberen ze –net als vroeger- steun en verbinding. Er is veel stille eenzaamheid. We noemen dit defensieve autonomie.

Ten tweede, als deze volwassenen wel ‘relateren’ is dat niet via contact, maar via controle. Echt relateren vraagt dat je jezelf onomwonden kenbaar maakt met je struggles en needs. Je moet afwachten hoe de respons van je belangrijke ander zal zijn. Er is een ‘vrije’ ruimte, waarin je de ander een kans geeft om je te erkennen, en dus ook te miskennen. Deze mensen rekenen op het laatste en kiezen er daarom voor om anderen in hun omgeving te controleren en sturen in de richting die zij willen. Zo kunnen ze eigenhandig veilig stellen wat ze nodig hebben. Soms is dat zichtbaar. Iedereen kent openlijk dominante karakters die over anderen heenwalsen. Vaker gebeurt dat verborgen, door verleiding en manipulatie vanachter een coöperatief gezicht. Alles om je niet bloot te hoeven stellen aan het ongewisse en onverwachte. Spontaniteit moet vermeden worden. Achter deze defensieve houding zit heel veel angst. En juist veel fijngevoeligheid – die echter met voeten getreden is.

In therapie wen je langzamerhand aan het (her)openen van de diepere, meer persoonlijke stukken van jezelf. In plaats van sturing en afweer, kun je steeds meer ruimte open laten, waarin je aangenaam verrast kan worden! Alles in een tempo dat je aankunt.

Partners helpen we om veilig voor elkaar te worden en delicaat met elkaars zachtmoedigheid om te gaan. Zo kunnen beide partners elkaar helpen te openen wat lang afgesloten moest zijn. Iedereen komt uit de kramp. Dat geeft ontspanning, verbinding en kracht. En als daar dan een tissue-box aan te pas komt, dat is dan opeens niet meer zo’n probleem. //

Vraag jezelf eens af:

Hoe eerlijk is het gezicht dat ik aan mijn partner durf te laten zien? Wat laat ik niet van mezelf zien? En hoe vaak ‘stuur’ ik mijn partner, openlijk of indirect?

Kun je support gebruiken? Welkom voor een kennismakingsgesprek in onze praktijk.



 
Robin PaterComment